Ga naar de hoofdinhoud
Artikel

De welvaartswinst van de solidariteitsreserve

Retirement
Pensioenakkoord

Door Martin Jonk en Rens van der Sande | Februari 19, 2021

Een solidariteitsreserve is verplicht voor een fonds dat het nieuwe pensioencontract gaat uitvoeren.

Naast de wettelijk regels is er voldoende ruimte voor fondsen voor een fondsspecifieke inrichting van de solidariteitsreserve

In het nieuwe pensioencontract vindt de pensioenopbouw van deelnemers plaats in de vorm van individueel ‘voor de uitkering gereserveerd vermogen’. Dit gereserveerde vermogen wordt opgebouwd met premies, rendementen én bijdragen vanuit de collectieve solidariteitsreserve. Een solidariteitsreserve is verplicht voor een fonds dat het nieuwe pensioencontract gaat uitvoeren. Dit is een collectief vermogen dat wordt gevuld uit premies en/of overrendement, naast een eventuele initiële dotatie uit eigen vermogen als een fonds invaart naar het nieuwe contract. Met dit begrensde vermogen kan risicodeling tussen huidige en met toekomstige generaties worden vormgegeven, wat resulteert in stabielere en/of gemiddeld hogere pensioenuitkomsten. Voor de bestaande verbeterde premieregeling (“Wvp”) wordt de solidariteitsreserve optioneel, maar alleen voor verplichtgestelde fondsen.

Verplichtingen en mogelijkheden

De solidariteitsreserve wordt een verplicht onderdeel in het nieuwe contract. Wettelijk zullen er een aantal regels opgesteld worden, waar de inrichting van de solidariteitsreserve aan moet voldoen. Meest belangrijke regel is dat de afspraken over de solidariteitsreserve in zijn geheel evenwichtig moeten zijn. Daarnaast geldt dat de solidariteitsreserve niet negatief mag zijn en er een bovengrens zal gelden van 15% van het totale fondsvermogen. Deze wettelijke bovengrens is zodanig vastgesteld dat een fonds op collectief niveau kan profiteren van intergenerationele risicodeling en meer stabiliteit, zonder dat er te veel geld in de reserve achterblijft dat niet ingezet kan worden voor verhoging van de pensioenen.

Daarnaast geldt dat de solidariteitsreserve niet negatief mag zijn en er een bovengrens zal gelden van 15% van het totale fondsvermogen.

Naast deze wettelijk regels is er voldoende ruimte voor fondsen voor een fondsspecifieke inrichting van de solidariteitsreserve. Een fonds dient deze inrichting te bepalen zodat er een significante bijdrage wordt geleverd aan intergenerationele risicodeling. De afspraken omtrent de inrichting moet het fondsbestuur in overleg met sociale partners maken en vastleggen in het pensioenreglement. Er moet ten minste opgenomen worden op welke wijze het fonds de solidariteitsreserve vult, de regels voor het uitdelen uit de solidariteitsreserve, de gewenste omvang van de solidariteitsreserve en op welke wijze de solidariteitsreserve significant bijdraagt aan de intergenerationele risicodeling en stabiliteit. Aan deze vul- en uitdeelregels zitten ook nog een aantal wettelijke grenzen. Zoals eerder genoemd, zal de solidariteitsreserve gevuld worden uit premie, een deel van het overrendement, of een combinatie van beide. Maximaal 10% van de premie mag worden toegevoegd aan de solidariteitsreserve. Additioneel mag maximaal 10% van het positieve overrendement worden gebruikt als vulling voor de solidariteitsreserve.

Mogelijke inrichting solidariteitsreserve

De vul- en uitdeelregels voor de solidariteitsreserve moeten evenwichtig zijn en een bijdrage leveren aan intergenerationele risicodeling. Daarnaast kan de solidariteitsreserve een belangrijke bijdrage leveren aan het dempen van pech- en gelukgeneraties. Er zijn veel varianten denkbaar, hieronder worden twee voorbeelden gegeven. Elk variant heeft zijn voor- en nadelen.

Daarnaast kan de solidariteitsreserve een belangrijke bijdrage leveren aan het dempen van pech- en gelukgeneraties.

Voorbeeld 1: vullen met premie, jaarlijks dezelfde fractie uitdelen
De solidariteitsreserve wordt gevuld door middel van een solidariteitspremie van 10%, bij een vlakke

premie van 30% betekent dat een storting van 27%-punt in het persoonlijke vermogen en een storting van 3%-punt in de collectieve solidariteitsreserve. Elk jaar wordt er een vast deel uit de solidariteitsreserve uitgedeeld aan alle deelnemers: 1/15e deel. Op deze manier wordt de solidariteitsreserve gevuld door huidige deelnemers en deels uitgedeeld aan gepensioneerden, maar ook aan toekomstige deelnemers. Dit vergroot de tijd dat het geld kan worden blootgesteld aan risico’s op de financiële markt. De duratie van de inleg gaat omhoog, wat kan resulteren in welvaartswinsten.

De solidariteitsreserve wordt gevuld door middel van een solidariteitspremie van 10%,

bij een vlakke premie van 30% betekent dat een storting van 27%-punt in het persoonlijke vermogen en een storting van 3%-punt in de collectieve solidariteitsreserve. Elk jaar wordt er een vast deel uit de solidariteitsreserve uitgedeeld aan alle deelnemers: 1/15e deel.

Solidariteitsreserve voorbeeld 1

Voorbeeld 2: vullen met gunstige rendementen, uitdelen als rendement tegenzit
De solidariteitsreserve wordt gevuld door een deel van het positieve overrendement. Wanneer het rendement negatief is, wordt de solidariteitsreserve ingezet om dit negatieve rendement te dempen. Welk deel wordt ingezet hangt af van het behaalde rendement in dat jaar. Hoe lager het rendement, hoe hoger het deel dat uit de solidariteitsreserve wordt uitgedeeld. Met deze vul- en uitdeelregels wordt het bestaan van pech- en gelukgeneraties gedempt doordat de “gelukgeneratie” (met hoge overrendementen) de solidariteitsreserve vult en de “pechgeneratie” (met negatieve overrendementen) een groter deel uit de solidariteitsreserve ontvangt.

De solidariteitsreserve wordt gevuld door een deel van het positieve overrendement.

Wanneer het rendement negatief is, wordt de solidariteitsreserve ingezet om dit negatieve rendement te dempen. Welk deel wordt ingezet hangt af van het behaalde rendement in dat jaar.

Solidariteitsreserve voorbeeld 2

Welvaartseffecten

De hoogte van de welvaartseffecten van een solidariteitsreserve is met name afhankelijk van de afgesproken vul- en uitdeelregels, de samenstelling van het fonds, en de (gemiddelde) risico-aversiteit van de deelnemers. Welvaartseffecten kunnen worden bepaald door een zogenaamd zekerheidsequivalent te berekenen. In het zekerheidsequivalent worden duizenden onzekere pensioenuitkomsten teruggebracht tot één waarde, hierbij wordt rekening gehouden met de risicoaversiteit van de deelnemer. In ”The intergenerational welfare effect of the design of solidarity buffers” (van der Sande, 2020) zijn welvaartseffecten van verschillende varianten berekend. In voorbeeld 1 is sprake van een welvaartswinst voor toekomstige deelnemers van circa 6% (van het aanvullend pensioen). Dit gaat wel deels ten koste van de huidige deelnemers, die een welvaartsverlies ervaren van maximaal 3%. In voorbeeld 2 geldt een welvaartswinst van rond de 6,5% voor toekomstige deelnemers, de huidige deelnemers kunnen een welvaartverlies ervaren van maximaal 1,1%. Voor huidige deelnemers moeten de negatieve welvaartseffecten worden bezien in de context van het samenstelsel aan effecten van de transitie.

Hoe verder?

Als onderdeel van het nieuwe pensioencontract zullen pensioenfondsen een keuze moeten maken over de opzet van de solidariteitsreserve die past bij het fonds en waarvan kan worden aangetoond dat die een bijdrage levert aan de intergenerationele solidariteit. Het is goed om in loop van 2021 en 2022 discussie te voeren over mogelijke varianten. Later kan worden onderzocht hoeveel de varianten bijdragen aan intergenerationele solidariteit en wat de effecten op de vervangingsratio zijn per leeftijdscohort. Uiteindelijk moet immers worden aangetoond dat de transitie als geheel (afschaffing doorsneesystematiek, invaren, nieuwe contractsvorm – en als onderdeel daarvan ook de eventuele werking van de solidariteitsreserve) evenwichtig is.

Related content tags, list of links Artikel Pensioen Pensioenakkoord

Gerelateerde Oplossingen

Contact Us