Ga naar de hoofdinhoud
Artikel | Pensioen Update

Kamer stemt in met gewijzigd Wetsvoorstel

Retirement
Pensioenakkoord

Door Mike Veerman en Eric Heemskerk | November 26, 2020

Minister Koolmees heeft een tweede nota van wijziging inzake het Wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen aangeboden.

Op 16 november 2020 heeft minister Koolmees een tweede nota van wijziging inzake het Wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen aangeboden aan de Tweede Kamer. Dat wetsvoorstel, waarover wij eerder berichtten, behelst een drietal maatregelen die onderdeel uitmaken van het pensioenakkoord. De RVU-mogelijkheden en de uitbreiding van verlofsparen zullen op 1 januari 2021 worden ingevoerd, en vanaf 1 januari 2022 moet elke deelnemer die pensioneert de mogelijkheid worden geboden om 10% van de waarde van het ouderdomspensioen ineens uit te laten betalen. Op 17 november heeft de Tweede Kamer unaniem ingestemd met het gewijzigde wetsvoorstel.

Met deze nota van wijziging wordt voorgesteld dat de afkoop (lees: opname bedrag ineens) in bepaalde gevallen ook op één ander vast moment kan plaatsvinden, in aanvulling op het oorspronkelijke moment zijnde de pensioeningangsdatum, zoals die wordt gecreëerd in het Wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen.

In deze bijdrage gaan wij kort in op de achtergrond van deze extra keuzemogelijkheid en de verschillende (fiscale) aspecten die te onderkennen zijn bij de keuzemogelijkheid om een bedrag ineens op te nemen.

Afkoop 10% pensioen

Zoals bekend wordt met het wetsvoorstel onder bepaalde voorwaarden het recht voor deelnemers gecreëerd om maximaal 10% van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen af te laten kopen. In het wetsvoorstel is vastgelegd dat de gedeeltelijke afkoop op de ingangsdatum van het ouderdomspensioen dient plaats te vinden. Dit betekende dat het bedrag ineens in beginsel slechts op één moment tot uitbetaling kan komen.

In bovengenoemde nota van wijziging wordt voorgesteld de deelnemer die met pensioen gaat vóór of in het jaar van het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd de mogelijkheid te bieden om de gedeeltelijke afkoop op een later moment te laten plaatsvinden, te weten in de maand februari volgend op het jaar waarin de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt.

In dat geval is de (inmiddels) pensioengerechtigde geen AOW-premie verschuldigd over het bedrag ineens, hetgeen wel het geval kan zijn bij de gedeeltelijke afkoop op de pensioeningangsdatum die gelegen is vóór het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Vanuit fiscale optiek kan deze keuze mede daarom aantrekkelijker zijn dan het bedrag ineens op te nemen op de pensioeningangsdatum.

Het Verbond van Verzekeraars en de Pensioenfederatie hebben gewezen op uitvoeringstechnische implicaties die dit tweede moment waarop de uitkering ineens plaats kan vinden met zich meebrengt. De complexiteit die ontstaat door het tweede moment is ten dele onnodig, zo constateren zij. Die had beperkt kunnen worden als de uitkeringshoogte direct bij vervroegde ingang verlaagd zou worden, met verlate uitkering van het bedrag ineens. Het ministerie heeft er echter voor gekozen de uitkering op 100% in te laten gaan, en pas te laten verlagen vanaf het tweede moment – als daarvoor wordt geopteerd. De implementatietermijn wordt daarmee, stelt de Pensioenfederatie, ‘onrealistisch’.

Informatieplicht

In de concept AMvB bij het bij wetsvoorstel is opgenomen dat de pensioenuitvoerder verplicht is om de deelnemers te waarschuwen voor de fiscale gevolgen die opname van het bedrag ineens kan hebben. Het gebruikmaken van het keuzerecht kan immers gevolgen hebben voor de verschuldigde inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, alsmede voor de inkomensafhankelijke regelingen waar recht op bestaat (waaronder bijvoorbeeld de partnertoeslag AOW of een bijstandsuitkering). Reden hiervoor is dat het laten afkopen van een deel van de waarde van de opgebouwde aanspraken op ouderdomspensioen het (verzamel)inkomen van de deelnemer verhoogt in de maand respectievelijk het jaar waarin de gedeeltelijke afkoop plaatsvindt.

De minister zal in overleg treden met sociale partners en uitvoerders om te bezien of de informatievoorzieningen over de gevolgen van het opnemen van het bedrag ineens nader kunnen worden aangescherpt en over de vormgeving hiervan. Dit zal worden vastgelegd in een AMvB. De AFM zal uiteindelijk toezien op de bedoelde informatieverstrekking.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Mike Veerman of Eric Heemskerk.

Related content tags, list of links Artikel Pensioen Update Pensioen Pensioenakkoord Nederland
Contact Us