Skip to main content
Blog post

Pensioenakkoord als onbedoelde verdere inperking Witteveenkader?

Retirement
N/A

Door Hamadi Zaghdoudi | Augustus 20, 2019

Eén van consequenties van het pensioenakkoord van 5 juni is dat het fiscale kader voor pensioenopbouw ingrijpend zal wijzigen. Dat heeft onder meer tot gevolg dat voor een deel van de regelingen de premie zal moeten worden verlaagd. De begrenzing waarvan nu wordt gesproken leidt volgens ons tot een onbedoelde verdere beperking van het Witteveenkader.

Eén van de belangrijke aspecten van het pensioenakkoord van 5 juni dat nog nadere uitwerking behoeft is het fiscale kader. In de fiscaliteit zijn ingrijpende wijzigingen te voorzien. Op toeslagen (ofwel indexaties) komen de fiscale beperkingen naar wij verwachten te vervallen, maar belangrijker nog: de opbouw zal niet langer begrensd zijn, maar de premie. Mede ten behoeve van een fiscaal gelijk speelveld, waaraan het momenteel ontbreekt (premieregelingen worden feitelijk achtergesteld bij uitkeringsovereenkomsten), komt er een fiscaal maximum aan de premie. Hoe hoog dat maximum wordt dient nog te worden vastgesteld. Dat nu is van groot belang, omdat dat maximum bepaalt welk pensioen behaald kan worden. Wel is uit het pensioenakkoord al bekend dat de opbouw per leeftijd uit de premie wordt afgeleid op basis van de marktrente, zodanig dat de premie kostendekkend is. De premiedekkingsgraad moet dus, in beginsel, gelijk zijn aan 100%. Anders dan nu kan nieuwe opbouw dus niet worden toegekend uit liggend fondsvermogen (dan wel uit toekomstige overrendementen).

Willis Towers Watson WEET MEER Portaal

Het kennisportaal voor alle betrokkenen binnen een pensioenfonds.

In de afgelopen jaren is het zogenaamde Witteveenkader, dat de fiscale ruimte voor pensioenopbouw bepaalt, twee keer sterk ingeperkt. Daarbij is het ambitieniveau, dat van oudsher lag op 70% van de pensioengrondslag bij pensionering, neerwaarts aangepast naar 75% van de gemiddelde grondslag bij een werkzame periode van 40 jaar. Het Actuarieel Genootschap heeft eerder aangegeven er grote waarde aan te hechten dat de koppeling met dat ambitieniveau in wetgeving verankerd blijft, om verdere beperking van het Witteveenkader te voorkomen.

Naar verluidt wordt voor de uniforme premiebegrenzing nu gedacht aan een percentage van 27 of 28%. Veel fondsen en regelingen zullen daarom hun premie naar beneden bij moeten stellen om aan dat nieuwe maximum te voldoen. Daar komt bij dat bijstortingen en herstelpremies naar alle waarschijnlijkheid min of meer uitgesloten zullen worden binnen het nieuwe fiscaal kader. Dat kan een forse ingreep in staande arbeidsvoorwaardelijke overeenkomsten impliceren. Tegelijkertijd zullen fondsen en regelingen waar de premie lager is dan het aanstaande maximum vermoedelijk terughoudend zijn in het verhogen van hun premie. Per saldo mag dus worden aangenomen dat de overheidsbegroting baat heeft bij de afschaffing van de doorsneesystematiek en de overgang op een nieuw contract: op totaalniveau zullen pensioenpremies, die vrijgesteld zijn van belasting, worden verlaagd. Het is de vraag of dat het doel van de exercitie is geweest.

Belangrijker nog is dat, zeker bij het huidige renteniveau, de vraag gerechtvaardigd is of het ambitieniveau van het (al beperkte) Witteveenkader nog realistisch is bij een premieniveau van 27% of 28%. Bij gangbare veronderstellingen is onze conclusie dat dat, mede door de vereiste van kostendekkendheid, niet het geval is. Bij een volledige opbouwperiode van 42 jaar is, op basis van de actuele rente, een premie van meer dan 30% nodig om het ambitieniveau naar verwachting te kunnen realiseren.

Contact

Hamadi Zaghdoudi
Head of Retirement Benelux

Contact Us
Related content tags, list of links Blog post Pensioen Nederland