Skip to main content
Artikel | Pensioen Update

Risicohouding bij premieovereenkomsten

N/A
N/A

Door Wichert Hoekert | September 28, 2017

De Wet verbeterde premieregeling heeft aanvullende eisen aan premieovereenkomsten geïntroduceerd. Een onderdeel daarvan dat nog relatief onderbelicht is gebleven, betreft de risicohouding die pensioenuitvoerders moeten vastleggen en toetsen, zoals dat sinds de aanpassing van het FTK al gold voor uitkeringsovereenkomsten. In dit artikel gaan we daar dieper op in.

Een jaar na inwerkingtreding van de Wet verbeterde premieregeling (Wvp) is een aantal fondsen overgegaan tot de uitvoering van variabele uitkeringen. Diverse andere fondsen overwegen dat nog te gaan doen. Elk fonds dat een premieovereenkomst voert wordt geconfronteerd met de gevolgen van de wet, onder meer via de verplichting een lifecycle aan te bieden gericht op de keuze voor een variabele uitkering, binnen dan wel buiten het fonds. De Wvp heeft aanvullende eisen aan premieovereenkomsten geïntroduceerd. Een onderdeel daarvan dat nog relatief onderbelicht is gebleven, betreft de risicohouding die pensioenuitvoerders moeten vastleggen en toetsen, zoals dat sinds de aanpassing van het FTK al gold voor uitkeringsovereenkomsten. Het fenomeen risicohouding zou fondsbestuur en sociale partners in staat moeten stellen bij de opdrachtaanvaarding een eenduidig begrippenkader te hanteren. Ook voor verzekeraars en PPI’s is de eis om de risicohouding vast te leggen van toepassing.

De wet schrijft voor dat de risicohouding voor premieovereenkomsten tot uiting komt in een maximaal aanvaardbare afwijking in een pessimistisch scenario ten opzichte van het verwachte pensioen in een verwacht scenario. In de opbouwfase gaat het daarbij om het verwachte pensioen op de pensioendatum, in de uitkeringsfase gaat het (per toedelingskring) om de afwijking van jaar op jaar.

Wet- en regelgeving zijn over de exacte invulling en berekeningswijze nog weinig concreet, en ook de praktijk is nog zoekende. Met het toenemend belang van premieovereenkomsten neemt ook het belang van het formuleren van risicohouding voor deze regelingen als vanzelfsprekend toe. Het is in onze ogen dan ook niet alleen wenselijk maar zelfs noodzakelijk dat het kader hiervoor nader gespecificeerd wordt.

Een conclusie die wij trekken is dat risicohouding voor premieovereenkomsten in onze optiek multidimensionaal moet zijn. Alleen op die manier kan de risicohouding fungeren als uitgangspunt voor het formuleren en toetsen van het beleggingsbeleid, doorgaans in de vorm van een lifecycle. Dat betekent onder meer dat premieovereenkomsten in dat opzicht complexer in de uitvoering én, belangrijker nog wellicht, de monitoring zullen zijn dan uitkeringsovereenkomsten.

Willis Towers Watson heeft in een position paper de eigen visie op risicohouding voor premieovereenkomsten nader uitgewerkt en een aantal aanbevelingen geformuleerd. U kunt dat position paper opvragen bij Martin Jonk of Edwin Schokker.

Contact Us
Related content tags, list of links Artikel Pensioen Update Nederland